NeverMindzz

Mindfulness & coaching bij hoogsensitiviteit

Sabiene Seip | Assen

Mindfulness voor kinderen en jongeren

Hoogsensitiviteit en wetenschap

De term 'hoogsensitiviteit', ook wel afgekort als HSP of 'hooggevoeligheid' genoemd, staat steeds meer in de belangstelling. Ten onrechte wordt wel eens gedacht dat het een modewoord is of het wordt maar vaag en zweverig gevonden. Dat het dat niet is bijkt wel uit de tientallen wetenschappelijke onderzoeken die de laatste decennia naar hoogsensitiviteit zijn gedaan. Hier vind je een aantal onderzoeken uitgelicht (bron: Esther Bergsma, 2019).

Geen nieuwe eigenschap

Pas in 1997 introduceerde Elaine Aron het begrip ‘Sensory-Processing Sensitivity (SPS)’, de wetenschappelijke term voor hoogsensitiviteit. Dat betekent niet dat hoogsensitiviteit een nieuwe eigenschap is. Het heeft altijd bestaan en er is in veel wetenschappelijk onderzoek over geschreven. Alleen kreeg het vaak andere namen. Dr. Aron heeft als eerste alle kennis gebundeld en in samenhang beschreven. Zij concludeerde dat ongeveer 20% van de mensen een andere strategie heeft in het omgaan met prikkels die op hen afkomen. Die strategie bleek een aangeboren voorkeur te zijn, die zij hoogsensitiviteit noemde.

Definitie hoogsensitiviteit

Omdat het nog een jong onderzoeksgebied is, worden op dit moment nog verschillende definities voor hoogsensitiviteit gebruikt. Ik licht de meest invloedrijke onderzoeksters op dit gebied eruit.

Elain Aron hanteert op basis van haar vele onderzoeken de definitie: ‘Een aangeboren temperament met de strategie om informatie zorgvuldig te verwerken alvorens te handelen, dat resulteert in een besef van subtiele verschillen en in snel overprikkeld raken.' (Aron, 2010).

Van Hoof (2016), klinisch psychologe, geeft in haar boek ‘Hoogsensitief’ geen definitie, maar noemt drie aspecten die volgens haar centraal staan bij hoogsensitiviteit:
1. Overprikkeling (door intensiteit en complexiteit van positieve en negatieve stimuli die opgemerkt worden)
2. Sensitiviteit (dat zij beschrijft als het diepgaande verwerken van informatie)
3. Reactiviteit (het overspoeld raken door stimuli)

Acevedo die baanbrekend onderzoek heeft gedaan naar de werking van hoogsensitieve hersenen, definieert SPS als volgt: ‘Een aangeboren temperament met een grote gevoeligheid voor en responsitiviteit op omgevings- en sociale stimuli.’ Zij noemt drie kenmerkende aspecten van hoogsensitieve mensen (Acevedo, 2014):
1. de neiging om in nieuwe situaties te ‘stoppen om te checken’
2. verhoogd bewustzijn en aandacht voor subtiele signalen
3. sterker beïnvloed door zowel positieve als negatieve stimuli

Jagiellowicz (2011) voegt daar nog aan toe dat hoogsensitieve mensen ook gevoelig zijn voor prikkels die vanuit henzelf komen: dus zowel interne als externe prikkels.

Kortom

Samenvattend kun je hoogsensitiviteit omschrijven als een aangeboren temperament met een grote gevoeligheid voor (interne en externe) stimuli en het diepgaand verwerken van en sterk reageren op deze informatie.

Temperament

Onderzoekers spreken dus van een temperament. In de psychologie wordt een eigenschap als ‘introversie’ een karaktertrek genoemd. Karaktertrekken steunen op je temperament. Een temperament is diep in onze biologische aard geworteld. Je temperament bepaalt de snelheid en intensiteit van je emotionele reacties en je stemming. Dat hoogsensitiviteit een temperament is wil dus zeggen dat de ‘bedrading’ van hoogsensitieve mensen anders is én dat dit aangeboren is.

Baby

Omdat hoogsensitiviteit een aangeboren eigenschap is, zijn de verschillen al bij baby’s te zien. Onder andere Kagan ontdekte dat de temperamenten van baby’s verschillen. Kagan onderzocht dit door baby’s van 4 maanden prikkels toe te dienen. Ongevee 20% van de kinderen reageert sterk op prikkels. Zij zijn angstig en vermijden nieuwe situaties. Deze kinderen noemt hij ‘inhibited’, oftewel ‘geremd’. Ongeveer 40% van de kinderen reageert nauwelijks op nieuwe stimuli en blijft rustig. Deze groep noemt Kagan ‘unhibited’ (Kagan, 1997).

Thomas en Chess definieerden 9 karaktertrekken waarop kinderen kunnen verschillen. Op basis daarvan zagen zijn een paar gedragingen. Volgens hen heeft 15% van de kinderen de neiging om zich terug te trekken in nieuwe situaties. Zij noemen dat het ‘slow-to-warm-up’-kind. En 40% is volgens hen ‘makkelijk’ en 10% ‘moeilijk’.

Aron (1997) liet zien dat ‘inhibited’ en de ‘slow-to-warm-up’-kinderen een andere strategie gebruiken in het omgaan met situaties en daarom betitelt zij deze kinderen als hoogsensitief.

Nature-Nurture

Uit temperamentsonderzoeken blijkt dat kinderen al bij de geboorte anders reageren op situaties. Naast de onvermijdelijke opvoedings- en omgevingsfactoren spelen dus kennelijk ook biologische factoren een rol. De onderzoeken die in dat kader relevant zijn en kunnen helpen hoogsensitiviteit beter te begrijpen zijn:

1. Pluess introduceert in 2015 het begrip 'environmental sensitivity' om duidelijk te maken dat sensitiviteitsgenen in combinatie met de omgeving waarin een kind opgroeit, bepalen welk effect de omgeving heeft op een kind. De term is bedoeld als overkoepeling van de begrippen ‘diathesestress’, ’differentiële susceptibiliteit’, ‘vantage sensitivity’ (Pluess, 2015). Hij stelt dat mensen zonder sensitiviteitsgenen niet gevoelig zijn voor de specifieke omstandigheden waarin zij zich bevinden. Mensen met sensitiviteitsgenen zullen positieve effecten ervaren als zij zich in positieve omstandigheden bevinden, maar ook meer last hebben van negatieve omstandigheden. Hij laat onder andere in onderzoek zien dat hoogsensitieve kinderen die goed (afgestemd) onderwijs krijgen, daar veel meer van profiteren dan kinderen zonder sensitiviteitsgenen (Pluess, 2015).

2. Ellis en Boyce hebben ditzelfde fenomeen onderzocht en noemen dat ‘biologische sensitiviteit voor context’. Van hen is de metafoor dat hoogsensitieve kinderen als orchideeën zijn: zonder de juiste voeding, licht, water en aandacht verpieteren ze, maar als ze dit in de juiste hoeveelheden krijgen, bloeien ze prachtig en overvloedig.

Hoogsensitieve mensen hebben dus een aanleg om sterk te reageren op hun omgeving. Opgroeien in moeilijke omstandigheden beïnvloedt hen meer dan het gemiddelde kind. Maar zij profiteren ook meer van positieve omstandigheden.

Voordeel

Als je in de juiste omgeving opgroeit, kun je dus profijt hebben van de eigenschap hoogsensitiviteit, maar wat als je die gelukkige omstandigheid niet hebt? Zijn er dan ook voordelen?

In de eerste plaats blijkt dat voordeel uit onderzoek naar temperament onder diersoorten. Iedereen die meerdere huisdieren heeft, weet dat het karakter van soortgenoten enorm kan verschillen. Wolf (2008) heeft onderzoeken onder meer dan honderd diersoorten op een rij gezet en daaruit geconcludeerd dat er twee reactiepatronen te zien zijn:
1. De groep die niet responsief is en onafhankelijk van de omgeving vaak impulsief reageert.
2. De responsieve groep die zijn strategie aanpast op basis van de situatie en eerst lang observeert.

Uit de onderzoeken blijkt dat de responsieve strategie meer energie kost. Maar ook meer kan opleveren; doordat de dieren voorzichtiger opereren vergroten ze hun overlevingskansen. Daarbij is het belangrijk dat slechts een klein deel van de groep deze strategie hanteert. Bij een te grote groep worden nieuwe situaties te weinig verkend en dat is voor de overleving van de soort negatief. Een kleine groep responsieve dieren is dus belangrijk voor het voortbestaan van de groep.

Betere prestaties

Er zijn meer voordelen. Hoogsensitieve mensen blijken accurater in het uitvoeren van bepaalde taken dan niet-hoogsensitieve mensen. Dit bleek uit onderzoek van Jagiellowicz. Zij liet mensen in een MRI-scanner kijken naar foto’s van landschappen die al dan niet subtiel veranderd waren (Jagiellowicz, 2011). Hoogsensitieve mensen konden beter aangeven of er een verschil was tussen de landschapfoto’s.

Ook in het onderzoek van Gerstenberg (2012) bleken hoogsensitieve mensen beter te presteren. Zij reageerden sneller en accurater op de vraag of in het gegeven plaatje een ‘T’ werd weergegeven.

Uit het vervolgonderzoek van Jagiellowicz (2012) bleek daarnaast dat de responstijd bij emotionele stimuli ook sneller was. Daarnaast bleken hoogsensitieve personen uit het hersenonderzoek van Acevedo (2014) sterker te reageren op emotionele stimuli.

Sprint of marathon

De betere focus, hogere scores en snellere reactie hebben wel hun weerslag. Hoogsensitieve personen zijn na het uitvoeren van een taak meer gestressed dan niet-hsp (Gerstenberg, 2012). Zij hebben meer tijd nodig om te herstellen. Het lijkt een beetje op de prestaties van sprinters. Ze geven in korte tijd alles, maar daarna is het op. Door hun grote verantwoordelijkheidsgevoel vragen hoogsensitieve mensen echter vaak marathonprestaties van zichzelf. Hun manier van denken is echter niet lang vol te houden. Dat vraagt teveel van het systeem. Als HSP zichzelf geen rust gunnen, kunnen ze uiteindelijk niet meer leveren waar ze goed in zijn. Net als een sprinter die probeert dezelfde tijden op een 400-meter neer te zetten.

Groot inlevingsvermogen

Doordat hoogsensitieve mensen meer signalen oppikken, hebben ze over het algemeen meer oog voor de stemming van anderen en de sfeer in de groep. In het onderzoek van Acevedo (2014) is dit ook nog eens op een andere manier aangetoond. Zij bekeek de hersenactiviteit van hoogsensitieve mensen als zij naar foto’s keken en vergeleek die met scans van niet-hoogsensitieve mensen. Uit haar analyses blijkt dat de hersengebieden waar zich spiegelneuronen bevinden sterker geactiveerd worden (dat is met name in het zogenaamde Inferior Gyrus (IFG) en de insula).

Spiegelneuronen zetten in onze hersenen dezelfde processen in werking als we iemand anders iets zien doen, dan als we het zelf doen. Zien lopen activeert dus dezelfde gebieden als zelf lopen. Zien huilen, dezelfde als huilen. Daardoor kunnen we heel snel en intuïtief de emoties en bedoelingen van anderen aanvoelen. Bij hoogsensitieve mensen worden de spiegelneuronen sterker geactiveerd. Hierdoor zijn hoogsensitieve mensen meer afgestemd op (onder andere) de stemming van anderen, dan niet-hoogsensitieve mensen. Bovendien bereiden HSP direct een actie voor. Dat blijkt volgens Acevedo uit de activatie van de VTA (Ventral Tegmental Area) en de DLPFC. Deze gebieden doordenken acties intensief en cognitief. Het centrale kenmerk van hoogsensitiviteit, intense verwerking, is dus in de hersenscans aangetoond.

Concreet

Hoogsensitiviteit is dus een temperament. Een aangeboren strategie om alerter te zijn op signalen uit de omgeving en de informatie diepgaand te verwerken. Deze strategie leidt tot ander gedrag dan mensen die niet hoogsensitief zijn.

Samenvattend zijn hoogsensitieve mensen

Zich meer bewust van prikkels uit hun omgeving
Daardoor opmerkzamer:
registreren spanningen in een groep
zien details
hebben gevoeliger zintuigen
signaleren gevaar sneller
zien wat anderen niet opvalt
Zorgvuldiger in het uitvoeren van taken
Sterk gericht op sociale signalen
Snel overprikkeld
Verwerken informatie diepgaand
Overzien de context van de situatie
Kunnen hun aanpak afstemmen op de situatie
Zijn responsief en creatief in het bedenken van oplossingen:
houden rekening met anderen
Blijven (te lang) zoeken naar de beste optie voor die context:
risico op piekeren
risico op besluiteloosheid
risico op faalangst
Hebben meer hersteltijd nodig:
zorg voor henzelf is minder groot dan voor anderen
daardoor gevoeliger voor stress en burn-out


Profijt

Door beter te begrijpen wat de eigenschap inhoudt en hoe je die inzet, kan de persoon zelf en de maatschappij veel profijt hebben van dit prachtige temperament.